
Ushuaia is niet alleen de meest zuidelijke stad ter wereld, maar ook één van de paradijslijkste plekken die ik ooit bezocht. Gelegen aan het einde van de Andes, op het eiland Tierra del Fuego (vuurland) in Argentinië is dit de plek om op verliefd te worden: bergen, de Beagle channel, steile straten die je opstijgt terwijl je een koude wind tegen je gezicht voelt, de locale bevolking, etc. Er naartoe gaan is nooit meer willen terugkeren.

Op een dag kwam ik te voet terug van de Martial-gletsjer, langs kleine straten. Ik kwam er allerlei kleine, leuke dingen tegen: voetballende kinderen op het mooiste en meest geïmproviseerde voetbalterrein, paardenboerderijen, een Maria-standbeeld dat boven heel Ushuaia uitkijkt. Ik verbleef in een klein hutje. Bij het opstaan was het zicht vanuit de hut de mooiste ooit. Ik zal ook nooit de landing vergeten: het vliegtuig vloog in cirkels boven de Beagle-channel, tussen de bergen, bij zonsondergang. Dit allemaal om het Chileense luchtruim te vermijden. Dang.

De fauna rond Ushuaia is ook niet triestig: zeehonden, cormoranen en net als over heel de Andes: condors. Ik kon er zo een ‘national geographic’-moment aanschouwen, waar een condor het had gemunt op een baby-zeehond, maar waar kormoranen de zeehond per twintig ging verdedigen totdat de condor zijn jacht zou opheven. Vergelijk zijn grootte op de laatste foto hierboven maar met de zeehonden!

Ushuaia. Ik zal er ooit teruggaan.